Sensor Enhanced Analysis for Recovering Clandestine Hidden Graves
In Nederland zijn circa 1700 personen langdurig vermist,
met jaarlijks ongeveer 100 nieuwe gevallen. In een aanzienlijk deel van deze zaken blijft onduidelijk wat er is gebeurd en kan sprake zijn van een misdrijf. Zowel recente vermissingen, zoals de zaak van Anne Faber, als oudere, historische casussen tonen hoe cruciaal het is om vermisten te lokaliseren en duidelijkheid te bieden aan nabestaanden. Waar bij actuele zaken vaak snel en intensief wordt gezocht, blijven oudere vermissingen soms decennialang onopgelost.
Een schrijnend voorbeeld daarvan is de zoektocht naar de mannen die tijdens de Meistaking van 1943 zijn geëxecuteerd en vermoedelijk begraven in het bosgebied Appèlbergen. Ondanks herhaald onderzoek door het International Search & Rescue Team Missing Persons zijn hun lichamen nooit gevonden. Hoewel onderzoekers vrijwel zeker weten dat de slachtoffers zich binnen het gebied bevinden, is het zoekgebied te groot om met traditionele opsporingsmethoden effectief te doorzoeken. Deze casus laat, net als hedendaagse vermissingen, zien dat bestaande methoden tekortschieten en onderstreept de behoefte aan nauwkeurige, niet-invasieve technologieën om menselijke resten op te sporen zonder grootschalige bodemverstoring.
Binnen de archeologie
staat het betrouwbaar detecteren en interpreteren van wat zich in de bodem bevindt centraal, bij voorkeur met zo min mogelijk verstoring. ArcheoPro werkt dagelijks met geofysische technieken om archeologische sporen, structuren en verstoringen in kaart te brengen, maar loopt daarbij – net als het forensisch domein – tegen uitdagingen aan in data-interpretatie, schaalbaarheid en betrouwbaarheid van signalen.
De combinatie van archeologische expertise met forensische onderzoeksmethodiek biedt kansen om tot een scherpere, beter onderbouwde interpretatie van meetdata te komen. Juist het ontwikkelen van een gezamenlijke taal, methodiek en workflow voor het gebruik van remote sensing-technologie sluit aan bij de praktijk van ArcheoPro. S.E.A.R.C.H. bijdraagt aan efficiëntere inzet van sensoren, betere duiding van verstoringen en een meer gefundeerde afweging van waar wel en niet wordt opgegraven, waarmee zowel de kwaliteit als de effectiviteit van archeologisch onderzoek wordt versterkt.
Binnen S.E.A.R.C.H.
wordt remote sensing-sensoren geïntegreerd op drone- en robotplatforms, waaronder de DJI M600 en het maaiveldplatform Capra Hircus. Door metingen vanuit de lucht te combineren met metingen op maaiveldniveau ontstaat een geïntegreerd beeld van zowel het oppervlak als de ondergrond. De huidige praktijk laat echter zien dat deze technologieën nog beperkingen kennen: sensoren genereren grote hoeveelheden data met veel irrelevante signalen, metingen worden verstoord door energievelden van drones en hoogteverschillen beïnvloeden de nauwkeurigheid. Hierdoor is verificatie door graven vaak nog noodzakelijk.
S.E.A.R.C.H. richt zich op het ontwikkelen van een adaptief systeem waarin bestaande sensortechnologieën, zoals GPR, hyperspectrale en IR-sensoren, slim worden gecombineerd. Het doel is om zoekoperaties binnen forensische opsporing, archeologie en natuur- en landbeheer aanzienlijk efficiënter, betrouwbaarder en minder invasief te maken, zodat zowel recente als historische vermissingen met grotere precisie kunnen worden onderzocht.
Het onderzoek is gestart in januari 2025
en wordt uitgevoerd met een inzet van drie dagen per week. Binnen deze randvoorwaarden wordt het onderzoek iteratief uitgevoerd, met ruimte voor voortschrijdend inzicht en bijsturing gedurende het proces.
De onderzoeksaanpak is iteratief van aard en combineert het V-Model met Action Design Research (ADR). Scenario-based design vormt hierbij het vertrekpunt voor beide modellen en wordt gebruikt om eisen, ontwerpkeuzes en evaluaties systematisch te verbinden aan realistische praktijksituaties. Deze combinatie zorgt voor een gestructureerde en tegelijkertijd praktijkgerichte aanpak, waarin ontwerpen, testen en reflecteren elkaar in opeenvolgende cycli versterken.
Het eerste jaar
van dit onderzoek stond in het teken van opbouwen, verkennen en leren. De focus lag niet op snelle conclusies, maar op het begrijpen van de praktijk, het testen van aannames en het ontwikkelen van een stevige basis voor vervolgonderzoek. Door voortdurend te schakelen tussen veldwerk, overleg met partners en data-analyse ontstond een dynamisch proces waarin plannen regelmatig zijn bijgesteld op basis van wat de praktijk vroeg en toeliet.
Beleving van het eerste jaar
Het jaar werd ervaren als intensief en beweeglijk, met veel parallelle activiteiten en een sterke verwevenheid tussen theorie en praktijk. De combinatie van werken in het veld, het omgaan met nieuwe technologieën en het samenwerken met uiteenlopende partners zorgde voor een steile leercurve en een continu proces van reflectie en bijsturing.
Waar ik het meest trots op ben
Het jaar werd ervaren als intensief en beweeglijk, met veel parallelle activiteiten en een sterke verwevenheid tussen theorie en praktijk. De combinatie van werken in het veld, het omgaan met nieuwe technologieën en het samenwerken met uiteenlopende partners zorgde voor een steile leercurve en een continu proces van reflectie en bijsturing.
Grootste uitdaging vooruitkijkend
De belangrijkste uitdaging ligt in het verder structureren en verdiepen van het onderzoek, in combinatie met het versterken van mijn kennis en vaardigheden op het gebied van data-analyse. Het werken met grote en complexe datasets vraagt veel tijd en verdieping, waardoor een aanzienlijk deel van het jaar is besteed aan het leren interpreteren, structureren en valideren van data. Het vinden van de juiste balans tussen leren, analyseren en voortgang bewaken blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt.
Leeswijzer
Deze website fungeert als het digitale portfolio van het onderzoek. De structuur van de website volgt de opbouw van het onderzoek: de verschillende kopjes geven richting aan de inhoud en corresponderen met de onderdelen van het project, zoals achtergrond, methodiek, experimenten, resultaten en reflectie. Op deze manier biedt de website een samenhangend en doorlopend overzicht van het volledige onderzoeksproces.
De links op de website zijn gekoppeld aan de bijbehorende documenten, datasets en werkbestanden in de afgeschermde Microsoft Teams-omgeving. Deze omgeving is toegankelijk voor de betrokken projectleden en fungeert als centrale werkruimte voor samenwerking, documentatie en voortgang. Samen vormen de website en de Teams-omgeving één geïntegreerd portfolio, waarin zowel de inhoudelijke verantwoording als het onderliggende werkproces inzichtelijk wordt gemaakt.