De PD-kandidaat reflecteert op, verduidelijkt en onderbouwt de gekozen aanpak gedurende het gehele PD-programma, met als doel de ontwikkeling, verspreiding en valorisatie van technische en digitale innovatie te optimaliseren.

In het eerste jaar van het PD-traject heeft de PD-kandidaat bewust gekozen voor een gefaseerde en flexibele aanpak, passend bij de rol van methodisch onderzoeker, ontwerpgerichte professional, co-creatieve change agent en technisch innovator.

 

Omdat de GPR te maken had met meerdere technische mankementen, lag de eerste prioriteit bij het analyseren en herstellen van deze problemen. Tegelijkertijd is ervoor gekozen om niet stil te vallen in de onderzoeksontwikkeling. Parallel aan de technische doorontwikkeling van de GPR is daarom gestart met de inzet van de GRS. Deze sensor biedt, net als de GPR, de mogelijkheid om ‘in de grond’ te kijken, in tegenstelling tot de andere beschikbare sensoren zoals de infrarood- (IR) en hyperspectrale camera’s, die primair bovengrondse informatie verzamelen.

 

Hoewel ook de IR- en hyperspectrale systemen technische tekortkomingen vertoonden, is – op advies van technische experts – besloten om niet verder te investeren in het optimaliseren van deze bestaande systemen. In plaats daarvan is gekozen om in een latere fase te oriënteren op nieuwe, meer toekomstbestendige sensoren. Hiermee werd een strategische keuze gemaakt die zowel technisch als economisch verantwoord is.

 

De gekozen aanpak in het eerste jaar kenmerkte zich daarmee door drie duidelijke speerpunten:

  1. Technisch herstel en stabilisatie van de GPR;

  2. Parallelle verkenning en analyse van de GRS als ondergrondse detectietechniek;

  3. Het opzetten van een nieuw testveld om systematisch en gecontroleerd experimenten uit te kunnen voeren.

Parallele Flexibiliteit

Omdat de GPR te maken had met meerdere technische mankementen, lag de eerste prioriteit bij het analyseren en herstellen van deze problemen. Tegelijkertijd is ervoor gekozen om de onderzoeksontwikkeling niet stil te laten vallen. Parallel aan de technische doorontwikkeling van de GPR is daarom gestart met de inzet van de GRS. Deze sensor biedt, net als de GPR, de mogelijkheid om ‘in de grond’ te kijken, in tegenstelling tot de infrarood- (IR) en hyperspectrale camera’s, die zich primair richten op bovengrondse detectie.

 

Hoewel ook de IR- en hyperspectrale systemen technische tekortkomingen vertoonden, is – op advies van experts – besloten om niet verder te investeren in het optimaliseren van deze bestaande systemen. In plaats daarvan is gekozen om later in het traject te oriënteren op nieuwe, meer toekomstbestendige sensoren. Dit toont een bewuste, strategische afweging tussen technische haalbaarheid, tijdsinvestering en toekomstige impact.

 

Daarnaast liep er een parallel project rondom bevers, waarin eveneens gebruik werd gemaakt van GPR. Dit bood een belangrijke kans: zodra de GPR weer technisch inzetbaar was, konden de metingen en casussen uit het beverproject dienen als waardevolle praktijkdata voor S.E.A.R.C.H. Hierdoor werd kennisdeling tussen projecten gestimuleerd en ontstond een efficiënte benutting van beschikbare onderzoeksdata.

 

De gekozen aanpak in het eerste jaar kende daarmee drie duidelijke speerpunten:

  1. Technisch herstel en stabilisatie van de GPR;

  2. Parallelle verkenning en analyse van de GRS als ondergrondse detectietechniek;

  3. Het opzetten van een nieuw testveld om gecontroleerde experimenten mogelijk te maken.

GRS in forensisch?

De parallelle verkenning en analyse van de GRS als ondergrondse detectietechniek vroeg om een herijking van de aanpak. Al snel bleek dat de grootste uitdaging niet alleen lag in de technische werking van de sensor, maar vooral in de interpretatie van de gegenereerde data. Dit betekende dat eerst geïnvesteerd moest worden in het ontwikkelen van diepgaande kennis van spectrale analyse, achtergrondwaarden, meetvariaties en statistische onderbouwing.

 

De gekozen aanpak verschoof daardoor van directe toepassing naar methodische verdieping. De data wordt systematisch verzameld, geordend en geanalyseerd om patronen en trends te identificeren. Daarbij wordt specifiek onderzocht hoe de bodem in de tijd verandert, onder andere in relatie tot decompositieprocessen. Daarnaast wordt gekeken of er significante verschillen aantoonbaar zijn tussen verstoorde en onverstoorde bodem (zoals graven versus niet-graven).

 

Op basis van deze analyses wordt beoordeeld of de GRS op twee manieren inzetbaar is:

  1. Als zelfstandige techniek voor het detecteren van graven;

  2. Als complementaire sensor ter verificatie of verrijking van hotspots die door de GPR zijn geïdentificeerd.

Door deze stapsgewijze en onderbouwde benadering wordt de inzetbaarheid van de GRS niet verondersteld, maar empirisch getoetst. Dit versterkt zowel de technische onderbouwing als de toekomstige implementatie en valorisatie van de innovatie.

KOFI

Het opzetten van een nieuw testveld was essentieel om systematisch en gecontroleerd experimenten te kunnen uitvoeren. Het terrein is ingericht als een vaste onderzoeksomgeving waarin metingen onder vergelijkbare omstandigheden herhaald kunnen worden, waardoor betrouwbaarheid, reproduceerbaarheid en validatie centraal staan.

 

Binnen dit testveld is niet alleen de GRS onderzocht, maar is het terrein ook intensief gebruikt om de GPR opnieuw te testen nadat de technische mankementen waren aangepakt. Door herhaalde metingen uit te voeren kon worden vastgesteld of de aangebrachte technische verbeteringen daadwerkelijk effect hadden en of het systeem weer stabiel en consistent functioneerde.

 

Daarnaast fungeert het terrein als leer- en ontwikkelomgeving. Experts, onderzoekers en studenten binnen minor- en onderzoeksprojecten krijgen hier de mogelijkheid om praktijkervaring op te doen met zowel de GRS als de GPR. Dit draagt bij aan kennisopbouw, vaardigheidsontwikkeling en een bredere verspreiding van expertise.

 

Het testveld wordt bovendien gebruikt om GPR-metingen uit te voeren met verschillende platforms: zowel met de handkar als met de Capra-kar. Hierdoor kunnen verschillen in stabiliteit, ruis, datakwaliteit en inzetbaarheid systematisch worden vergeleken. Het terrein vormt daarmee een centraal platform voor technische validatie, methodische ontwikkeling en onderwijsintegratie.

Kennisdeling

De ontwikkelde aanpak en de tussentijdse resultaten zijn actief gedeeld tijdens congressen, vakbijeenkomsten en andere relevante bijeenkomsten binnen het werkveld. Deze kennisdeling had meerdere doelen.

 

Allereerst diende het om de gekozen methodologische aanpak te toetsen aan de expertise van vakgenoten. Door presentaties te geven over de technische uitdagingen, de gemaakte ontwerpkeuzes en de eerste onderzoeksresultaten, werd waardevolle feedback opgehaald van specialisten uit forensisch onderzoek, geofysica en sensorontwikkeling. Deze reflectie vanuit het veld droeg bij aan verdere aanscherping van de onderzoeksstrategie en technische implementatie.

 

Daarnaast speelde transparantie een belangrijke rol. Door open te communiceren over zowel successen als technische mankementen wordt bijgedragen aan realistische kennisontwikkeling binnen het domein. Dit versterkt de geloofwaardigheid van het onderzoek en stimuleert samenwerking met andere partijen.

 

Tot slot draagt deze actieve positionering bij aan de valorisatie van de innovatie. Door zichtbaar te zijn binnen het vakgebied ontstaat erkenning van de ontwikkelde technologieën en methodieken, worden nieuwe samenwerkingen geïnitieerd en wordt de basis gelegd voor bredere implementatie.

 

De presentaties fungeerden daarmee niet alleen als informatieoverdracht, maar als strategisch instrument voor inhoudelijke reflectie, netwerkontwikkeling en duurzame verankering van de innovatie binnen het professionele veld.

Deze werkwijze laat zien dat dit onderzoek flexibel inspeelt op technische uitdagingen, onderbouwde keuzes maakt in samenwerking met experts en het innovatieproces zo inricht dat zowel voortgang als kwaliteit worden gewaarborgd.