De PD-kandidaat intervenieert via iteratieve cycli van ontwerpen, onderzoeken, testen, bijstellen en valideren, met en binnen de professionele praktijk. Deze interventies zijn gericht op het ontwikkelen en implementeren van technische en digitale professionele producten als bijdrage aan het oplossen van het gearticuleerde praktijkprobleem, de uitdaging of de kans. Daarbij maakt de kandidaat gebruik van sleutelmethodologieën en verbetert deze waar nodig.

In het eerste onderzoeksjaar

lag de focus op het weer operationeel krijgen van de GPR-systemen en het opbouwen van praktische en inhoudelijke kennis rondom hun inzet. Daarbij is specifiek gewerkt aan de grondgebonden toepassing van GPR en het verkennen van de inzet van de GRS voor forensische toepassingen. Dit jaar stond in het teken van het herstellen, testen en valideren van de apparatuur in een operationele context, zodat deze betrouwbaar en doelgericht kan worden ingezet binnen forensisch onderzoek. Deze fase vormde daarmee een noodzakelijke basis voor verdere methodologische verdieping en toepassing in de daaropvolgende onderzoeksjaren.

Storing & Herstel

Tijdens inzet van de drone-based GPR trad een storing op in het tussensysteem tussen drone en GPR, met rookontwikkeling en een kleine explosie als gevolg. Dit probleem benadrukte dat zowel het systeem zelf als de bevestigingspunten van de GPR-bak kwetsbaar waren en eerst grondig hersteld moesten worden.

GPR-kar

Om het verschil in datakwaliteit tussen grond- en luchtmetingen te kunnen bepalen, is de GPR ook op een kar ingezet. Aangezien een GPR oorspronkelijk bedoeld is voor grondgebonden gebruik, wilden we vaststellen wat het eventuele dataverlies is wanneer dezelfde sensor onder een drone wordt toegepast

Capra-kar

Voor snellere inzetbaarheid in het veld is een eigen kar ontworpen die direct achter de Capra kan worden gekoppeld. Hiermee kan de GPR snel en flexibel worden ingezet zonder afhankelijk te zijn van externe transportmiddelen.

Gamma Ray Sensor

Om de forensische inzetmogelijkheden van de GRS te onderzoeken, zijn wekelijkse metingen uitgevoerd op het oefenterrein KOFI. De verzamelde data zijn systematisch geanalyseerd om te bepalen wat de sensor daadwerkelijk meet, hoe het terrein zich gedraagt in de tijd en in hoeverre de GRS bruikbaar is binnen forensische toepassingen.

De drone-based GPR bestaat uit drie hoofdonderdelen: de drone, de GPR-unit en het daartussen geplaatste koppelsysteem (“het systeem”). Dit systeem is in voorgaande jaren door mechatronica ontwikkeld om GPR-data live te streamen naar een tablet van de operator. Via deze interface kon realtime worden meegekeken met de binnenkomende data, wat essentieel is voor directe interpretatie en bewijsvoering. Binnen S.E.A.R.C.H. was voorzien dat deze interface verder geïntegreerd zou worden met AI, om automatisch hotspots – zoals mogelijke grafstructuren – te identificeren.

 

Begin 2025, tijdens de inzet bij een zoekactie naar een mogelijk massagraf in Appèlbergen (Meistaking), trad echter een ernstige storing op. Tijdens het opstarten begon het systeem te roken, waarna een kleine explosie plaatsvond. Het systeem viel volledig uit. Een vergelijkbaar probleem was eerder al geconstateerd tijdens een inzet in België eind 2024.

 

De storing maakte duidelijk dat eerst systematisch moest worden achterhaald waarom het systeem faalde. De analyse richtte zich op twee hoofdgebieden: het elektronisch systeem en de mechanische ophangpunten van de GPR-bak.

 

Elektrische en systeemmatige oorzaken:
Onderzocht werd of spanningspieken, overbelasting of onvoldoende beveiliging het falen veroorzaakten. De rook en kleine explosie wezen op een kwetsbaar elektronisch component in het tussensysteem dat de piekbelasting tijdens het opstarten niet kon verwerken.

 

Mechanische belasting en bevestigingspunt:
Daarnaast werd duidelijk dat de GPR-bak rond het ophangpunt scheuren ontwikkelde door concentratie van trillingen en dynamische krachten. Het tussensysteem bood onvoldoende demping, waardoor krachten direct werden overgedragen op de bak en het bevestigingspunt.

 

Herstelmaatregelen:
Op basis van de analyse zijn gerichte verbeteringen doorgevoerd:

  • Versterking van de bevestigingspunten van de GPR-bak en herverdeling van mechanische krachten;

  • Integratie van trillingsdempende componenten tussen drone en GPR;

  • Herontwerp van kwetsbare elektronische componenten met betere piekafvlakking en spanningsbeveiliging;

  • Controle en vervanging van onderdelen met vroegtijdige vermoeidingsverschijnselen.

Door eerst de onderliggende oorzaken te identificeren en aan te pakken, is het systeem structureel robuuster gemaakt. Het herstelproces leverde daarnaast belangrijke inzichten op voor toekomstige integratie van sensortechnologie op droneplatforms en voor veilig gebruik in praktijksituaties.

De GPR is ontworpen

voor gebruik dicht op of direct boven het maaiveld. Om objectief te kunnen bepalen wat het effect is van drone-inzet op de datakwaliteit, is ervoor gekozen om naast luchtmetingen ook systematische grondmetingen uit te voeren. Deze grondmetingen dienden als baseline: zij representeren de optimale, bedoelde gebruikssituatie van de GPR.

 

In eerste instantie is een eigen kar ontwikkeld om snel te kunnen starten met deze referentiemetingen. Hiermee konden signaalsterkte, resolutie, penetratiediepte en ruisniveau onder gecontroleerde omstandigheden worden vastgelegd. Deze data vormden het vergelijkingsmateriaal voor metingen waarbij de GPR onder een drone werd ingezet.

 

Uit de analyse kon worden vastgesteld:

  • Wat het effect is van vlieghoogte op signaalverlies;

  • In welke mate resolutie en detecteerbaarheid veranderen;

  • Welke technische of algoritmische optimalisaties nodig zijn.

Omdat voor een valide vergelijking maximale stabiliteit en reproduceerbaarheid vereist waren, is later een professionele kar besteld en geïntegreerd. Deze bood een robuustere constructie, betere gewichtsverdeling en minder trillingsinvloed, waardoor de betrouwbaarheid van de baseline-metingen verder werd verhoogd.

 

Door deze gefaseerde aanpak – eerst een eigen prototype en vervolgens een professionele oplossing – kon zowel snel worden gestart als uiteindelijk worden gewerkt met een stabiel en valide referentieplatform.

Om de operationele inzetbaarheid

te vergroten is een eigen kar ontwikkeld die specifiek is ontworpen voor gebruik achter de Capra. Het doel was om de GPR snel te kunnen verplaatsen en inzetten in uiteenlopende terreinomstandigheden, zonder uitgebreide opbouwtijd of aanvullende logistiek.

 

Bij het ontwerp is rekening gehouden met:

  • Directe koppeling aan het Capra-platform;

  • Stabiele positionering van de GPR-unit;

  • Beperking van trillingen en schokken tijdens terreinrijden;

  • Eenvoudige montage en demontage in het veld.

Door deze eigen ontwikkeling kan het systeem sneller operationeel worden gemaakt, wat met name bij tijdkritische zoekacties of inspecties van grote meerwaarde is. Bovendien maakt de koppeling met de Capra het mogelijk om moeilijk begaanbaar terrein systematisch en gecontroleerd te scannen.

 

De ontwikkeling van deze kar draagt daarmee niet alleen bij aan technische optimalisatie, maar ook aan praktische efficiëntie en schaalbare inzetbaarheid binnen verschillende toepassingsdomeinen.

De inzet van de Gamma Ray Spectrometer (GRS)

is gericht onderzocht om de potentiële forensische meerwaarde vast te stellen. Hiervoor zijn op het oefenterrein KOFI gedurende meerdere weken consistente, herhaalde metingen uitgevoerd. Het doel was om niet alleen momentopnames te verkrijgen, maar ook om patronen, variaties en achtergrondwaarden in kaart te brengen.

 

De wekelijkse metingen dienden meerdere doelen:

  • Vaststellen van natuurlijke achtergrondstraling en bodemvariatie;

  • Detecteren van afwijkingen of anomalieën in ionenconcentraties;

  • Inzicht krijgen in temporele variatie (invloed van weersomstandigheden, bodemvocht, etc.);

  • Beoordelen van reproduceerbaarheid en stabiliteit van de sensor.

De daaropvolgende data-analyse richtte zich op het interpreteren van spectrale patronen en het koppelen van meetwaarden aan bodemsamenstelling en mogelijke verstoringen in de ondergrond. Hiermee kon worden beoordeeld of de GRS gevoelig genoeg is om subtiele veranderingen te detecteren die relevant kunnen zijn in een forensische context, zoals bodemverstoring of afwijkende chemische samenstelling.

 

Daarnaast is kritisch gekeken naar de praktische inzetbaarheid van de sensor:

  • Hoe robuust zijn de metingen onder veldomstandigheden?

  • Hoeveel ruis is aanwezig in de data?

  • Welke analysemethoden zijn nodig om bruikbare informatie te extraheren?

  • In hoeverre kan de GRS complementair worden ingezet naast GPR?

 

Door deze gestructureerde meet- en analysefase is inzicht verkregen in zowel de technische prestaties als de operationele toepasbaarheid van de GRS. Dit vormt een onderbouwde basis voor verdere ontwikkeling, validatie en eventuele integratie binnen forensische zoekstrategieën.

Tot nu toe...

In deze fase lag de focus op drie onderdelen: het herstellen en versterken van de techniek na eerdere storingen, het uitvoeren van grondgebonden baseline-metingen om de GPR-prestaties te vergelijken met luchtinzet, en de systematische inzet van de GRS om de forensische toepassingsmogelijkheden en databetekenis te analyseren. Samen vormden deze stappen de basis voor verdere optimalisatie en validatie van het systeem.

De storing is opgelost door het volledige tussensysteem te verwijderen. De GPR werkt nu weer via de originele tablet van de GPR Cobra, wat de stabiliteit en betrouwbaarheid aanzienlijk heeft verbeterd.

De professionele kar is stabieler dan het eigen prototype en verbetert de reproduceerbaarheid van metingen. Desondanks is er nog sprake van aanzienlijke ruis in de data, waardoor verdere optimalisatie van stabilisatie en trillingsreductie noodzakelijk is.

 

De Capra is momenteel uitsluitend handmatig inzetbaar. Voor efficiënte en schaalbare toepassing zal verdere ontwikkeling richting autonome inzet moeten plaatsvinden.

De analyse van de GRS-data bleek complexer dan vooraf verwacht. De data wordt momenteel verder verwerkt om trends, achtergrondwaarden en mogelijke patronen te identificeren.

 

Daarnaast is een extra handvat toegevoegd om de praktische inzetbaarheid van de sensor te verbeteren. Er worden momenteel aanvullende metingen uitgevoerd om de afwijking (drift) van de GPS-positie nauwkeurig te bepalen.